In een conventionele sauna wordt warmte overgedragen via het verwarmingselement die de lavastenen verwarmt,
welke weer de lucht verwarmt, de zogenaamde convectiewarmte.
Deze warme of hete lucht verwarmt weer het lichaam.
Aangezien lucht een slechte geleider is kost het veel tijd om de ruimte in de sauna naar een hoge temperatuur
van 90-95 graden te brengen.
In een infrarood cabine wordt afhankelijk van de toegepaste type infraroodstralers de stralingswarmte grotendeels
direct afgegeven aan de persoon welke zich hierin bevind. (Philips vitae stralers)
Het grote voordeel hiervan is dat er geen of korte opwarmingstijd nodig is.
Omdat een hoge luchttemperatuur minder zuurstof bevat kan een saunabad wel eens beklemmend worden ervaren.
Dit is niet het geval in de infraroodcabine.
Doordat de temperatuur in een infraroodcabine aanzienlijk lager is dan in een
conventionele sauna is deze geschikt voor een grotere groep gebruikers, zoals astmapatienten en ouderen.
In een conventionele sauna heeft men een opwarmtijd van ongeveer 3/4 uur, en duurt een complete sessie als snel 2 uur.
En kost door meer vermogen van de saunaoven meer energie. Doordat Wilton goede isolatie in de cabine aanbrengt wordt het verbruik van de energie een stuk minder.